Het lot bestaat en ik heb het ontlopen
Ik ben er zwijgend aan voorbijgegaan
Daarbij krampachtig in mijzelf gekropen
Gedaan alsof ik het niet had zien staan
Alsof het lot een dakloze op straat is
Ik kijk alsof ik in gedachten ben
Of dringend weg moet en het al zo laat is
Of net iemand zie lopen die ik vaag herken
Te laat vind ik dan kleingeld in mijn zak
Ik had zo achteraf best kunnen stoppen
En voor heel even kunnen zijn als dak
Het staat vast allemaal gehakt in steen
Maar als iemand die dat niet kan verkroppen
Loop ik stug door en ga ik nergens heen.